Foto: Koos Scherjon – www.rtvnof.nl

Volgende week is het precies 75 jaar geleden dat bij de Woudweg in Dokkum twintig onschuldige mensen werden doodgeschoten. Historicus Reinder Postma (1956) uit Oudwoude beschreef de gebeurtenis in zijn boek ‘De oorlog een gezicht gegeven’, waarvan hij samen met zijn vrouw inmiddels vier delen heeft uitgebracht. Er volgen nog drie. ,,Dit is al lang geen hobby meer. Het onderzoeken van onopgeloste zaken uit de Tweede Wereldoorlog in Noardeast-Fryslân is mijn missie geworden.’’

Postma heeft een slechte tijd achter de rug. Wat heet, hij heeft de dood in de ogen gezien. Inmiddels is hij weer herstellende van een stamceltransplantatie die zijn ziekte hopelijk kan onderdrukken. Hij lijdt aan de ziekte van Kahler, een aandoening van het beenmerg. Het is een relatief zeldzame vorm van kanker. ,,Ik heb momenten gehad dat ik dacht, wat als er iets gebeurt. Dan gaat al mijn kennis verloren’’, vertelt Postma die gedurende zijn ziekbed door bleef schrijven. Bang voor de dood is hij niet. Wel maakt hij zich zorgen over wie hij achterlaat, zijn vrouw – Yvonne te Nijenhuis – en drie kinderen. ,,Mijn vrouw is alles voor mij. Zij heeft mij toen ik in een rolstoel zat, aangespoord om verder te gaan met mijn boeken, als afleiding.’’

Niet willekeurig
Aanleiding voor het doodschieten van de twintig mannen was de bevrijdingsactie op 19 januari 1945 in De Falom, waarbij een hoge Duitse officier gedood werd door verzetsstrijders. In eerste instantie was het de bedoeling om Dokkum te bombarderen, uit wraak, maar dat verzoek is afgewezen. Eén verhaal wil Postma in elk geval uit de wereld helpen. ,,Het waren géén willekeurige gevangenen die doodgeschoten werden bij Dokkum, zoals vaak in de media wordt gesteld. De Duitsers hebben zeer bewust ‘todeskandidaten’ uit de cel gehaald. De eerste namen van de lijst kwamen allemaal uit deze regio, om de mensen hier af te schrikken. Dat gebeurde meestal bij vergeldingsacties. Het was de
bedoeling om tien mensen uit de gevangenis van Leeuwarden te executeren en tien uit Groningen. Als ze echt willekeurige slachtoffers hadden genomen, dan zaten er toch genoeg in Leeuwarden?’’

Verkeerde moment, verkeerde plaats
In Leeuwarden werden negen ‘geschikte’ kandidaten gevonden, dus moesten er elf uit de Groninger gevangenis worden gehaald. Aangezien daar ‘slechts’ acht kandidaten voor handen waren, werd het aantal aangevuld met drie joden. Deze drie waren domweg op het verkeerde moment op de verkeer- de plaats. Datzelfde gold voor de 23-jarige Geale Postma uit Driezum. Hij werkte als boerenarbeider bij verzetsstrijder Rinder Benedictus in Aalsum. Bij het binnenvallen van de boerderij vonden de Duitsers een kogel die toevallig in Geale zijn jaszak zat. Even later werden wapens van de dropping ontdekt in het hooi. Daarmee was het lot van Geale bezegeld.

‘Spaar dit kind’
De 23-jarige jongen stond naast de 38-jarige Jarl Ruinen – de geliefde huisarts uit Ee – voor het vuurpeloton op de bewuste 22 januari 1945. ‘Spaar dit kind’, zei Ruinen, waarbij hij doelde op Geale Postma. Het mocht niet baten. Voor veel dorpsgenoten was dokter Ruinen een held. Hij heeft veel Joodse mensen aan een onderduikadres geholpen. Na de oorlog prijkte zijn foto bij menig ‘Iester’ op de schoorsteenmantel. Zijn zoon Luuk, die een paar jaar geleden is overleden, zag zijn vader naar eigen zeggen niet als een held.

,,Ik had hem liever zelf bij me gehouden. Ik was mijn vader kwijt en dat gemis is gebleven”, zei hij. Door de dood van zijn vader heeft hij levenslang gekregen. Luuk was acht jaar toen zijn vader 

gefusilleerd werd door de Duitsers. Toen de internist hem een dag voor zijn overlijden vroeg: ‘Ligt u comfortabel?’, antwoordde Luuk: ‘Ach, het gaat nog. Ik lig hier niet met min 10 graden in de sneeuw. Hij verwees daarbij naar die zwarte dag dat zijn vader bij 10 graden vorst in de sneeuw moest liggen, vlak voordat hij werd doodgeschoten.’

Waar zijn de helden?
Grote vraag is en blijft: wie zijn de helden en wie niet? Volgens Luuk was zijn vader geen held, maar de dorpsbewoners van Ee dachten daar anders over. Postma bekijkt het niet meer zo zwart wit. ,,Als je nagaat dat na de bevrijding vrouwen van NSB’ers werden kaalgeschoren door verzetsmensen of dat bij een 3-jarig meisje van een ‘foute vader’ een hakenkruis in haar voorhoofd werd gekerfd, dan vraag je je af: waar zijn de helden?

Ik geloof dat de meeste mensen in de basis goed zijn, maar dat ze
door omstandigheden soms tot gruwelijkheden in staat zijn. Ik probeer uit te zoeken waar bepaald gedrag vandaan komt. Het is zo gemakkelijk om iemand onderuit te halen, maar door verder te kijken naar de achtergrond van zo’n persoon begrijp je het vaak beter. Hoe kwamen mensen tot hun keuzes, hoe worstelden ze ermee en hoe probeerden ze ermee weg te komen. Ik merk dat sommige mensen nog steeds de gevolgen van keuzes die hun familie tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte, met zich meedragen. Ik hoop dan ook dat mensen lering trekken uit de geschiedenis en dat deze boeken tot verbinding leiden. Als dát lukt, is mijn missie geslaagd.’’