De dansvloer is verdwenen, het café heeft plaatsgemaakt voor groepsdiners en de volgende generatie staat inmiddels aan het roer. Maar één ding is in vijftig jaar tijd bij Old Dutch in De Westereen nooit veranderd: de familie Prins vormt het kloppende hart van de zaak. Dit jaar vieren ze samen een bijzondere mijlpaal: een halve eeuw aan smakelijke verhalen. “Kinst der wol in boek oer skriuwe.”

Wiebe en Tineke, die hier vijftig jaar geleden samen aan een groot avontuur begonnen. En tegenover hen zoon Melle en zijn vrouw Tineke, die het familiebedrijf inmiddels bijna tien jaar runnen. Het café mag dan niet meer als café in gebruik zijn, de verhalen liggen hier nog voor het oprapen. Maar laten we beginnen bij het begin.

‘In goeie Fries biedt altyd de helte’
Het is de zomer van 1976 als Wiebe samen met zijn vrouw Tineke het pand naast het station van De Westereen koopt. Het echtpaar heeft al een slijterij in het dorp en runt ook café De Hossebos even verderop. Eigenlijk is Wiebe samen met z’n broer Piet op zoek naar een oerdegelijke patatwagen. Onderweg komen ze echter de eigenaar tegen van het leegstaande pand naast het station: Hotel Jacob, met welgeteld twee hotelkamers. “Het had de titel ‘hotel’ omdat de uitbater dan sterke drank mocht verkopen”, vertelt Wiebe lachend. “Eigenlijk was het dus gewoon een café.”

De eigenaar dringt erop aan dat Wiebe en Piet toch even binnen komen kijken. Het pand staat al een jaar leeg en beide broers zien gelijk dat er ontzettend veel moet gebeuren. Als Wiebe de vraagprijs hoort, weet hij genoeg. “‘Gjin sprake fan’, zei ik. We liepen alweer weg toen de eigenaar op het raam tikte. Hij riep: ‘In goeie Fries biedt altyd de helte.’ Ik riep meteen: ‘Ferkocht!’” En zo kwam er geen patatwagen, maar een compleet horecabedrijf.

Van Twiggy Bar naar Old Dutch
Veel mensen uit de omgeving kennen de zaak destijds vooral als de Twiggy Bar. “Dat was een bar-dancing waar in de goede tijd ieder weekend een paar honderd mensen kwamen”, vertelt Tineke. “Toen wij het overnamen, was het bedrijf al een jaar dicht. We hebben schoongemaakt, opgeruimd, afgebroken en weer opgebouwd.”

De bekende namen Hotel Jacob en Twiggy Bar blijven in eerste instantie behouden. Wiebe wil ondertussen vooral zoveel mogelijk horecafuncties onder één dak aanbieden. “We hadden een café, een bar-dancing en buiten kwam een hokje met een cafetaria. Ik wilde van alle walletjes mee-eten”, lacht hij. Dat blijkt geen verkeerde gedachte. Er komen in de loop der jaren regelmatig concurrenten bij in de vorm van patatzaken en cafés, maar doordat Wiebe en Tineke hun klanten nooit in de steek laten, houden ze in roerige tijden altijd het hoofd boven water.

Alles in vlammen op
Vijf jaar na de start zorgt een flinke brand in 1981 echter voor een fikse tegenslag. De bar brandt af, kort nadat de zaak pas is verbouwd. De brand is een keerpunt voor het stel, dat besluit hun eigen naam aan de zaak te geven: Old Dutch. Vanaf 1982 prijkt die naam officieel op de gevel. De Twiggy Bar blijft nog een aantal jaren bestaan, maar eind jaren tachtig nemen Wiebe en Tineke stap voor stap afscheid van de bar-dancing.

 

Wonen en werken gebeurt al die jaren onder één dak, en een duidelijke grens tussen die twee is er eigenlijk niet. Wiebe: “Lagen we in bed, dan stond er ineens midden in de nacht een medewerker naast ons met de vraag: ‘Der wol in klant in liter jenever mei ha, mei dat?’ Ook klanten belden rustig tijdens de nachtelijke uurtjes bij ons aan omdat ze nog een pakje tabak wilden.” Tineke maakt er al snel korte metten mee, vertelt Wiebe lachend: “Op een gegeven moment heeft ze een schuif op onze slaapkamerdeur gezet.”

In pyjama tussen de gasten
Old Dutch was niet alleen het bedrijf van Wiebe en Tineke. Het was ook het thuis van hun kinderen. “Voor onze kinderen was het een prachtige jeugd”, blikt Tineke terug. “Dan stonden ze ’s avonds stiekem in hun pyjama op het podium te dansen. Of ze zaten gezellig tussen de gasten aan de koffietafel.” Melle kan zich die tijd nog goed herinneren. “Wij mochten ’s avonds eigenlijk niet in het café komen, maar soms gingen we natuurlijk stiekem op pad.” Voetballen leverde hem bovendien een aardig zakcentje op. “Als ik had gevoetbald, kreeg ik van vaste klanten een gulden voor ieder doelpunt dat ik had gescoord.”

En dan waren er de nachtelijke strooptochten, waarbij Melle met zijn zus lang na sluitingstijd naar het cafetaria sluipt. De buit: een hand vol Marsen en Snickers. Het typeert hoe het gezin en het bedrijf met elkaar verweven zijn. Maar dat heeft ook een keerzijde. Het bedrijf slokt iedere minuut van hun vrije tijd op. In 1993 besluiten Wiebe en Tineke daarom te verhuizen. “Dat is ons beste besluit ooit geweest”, knikt Tineke.

Van café naar groepsuitjes
Het werken in de eigen horecazaak wordt Melle letterlijk met de paplepel ingegoten. Op z’n zestiende start hij als medewerker overdag in het café en helpt bij de lunch. Al snel werkt hij ook ’s avonds en tijdens bruiloften. Als zijn vriendin Tineke op haar negentiende in de snackbar komt werken, is het kwartet compleet. In 2012 maken ze met z’n vieren een keuze die bepalend zal worden voor de toekomst van Old Dutch. De cafetaria verdwijnt en het pand wordt verbouwd tot buffetrestaurant.

“Ik zag de enorme grootte van ons pand jarenlang als een nadeel”, vertelt Melle. “Tot we bedachten dat we die ruimte juist in ons voordeel moesten gebruiken.” De familie Prins gaat zich vanaf dat moment nadrukkelijk richten op bedrijfsuitjes en groepsactiviteiten, gecombineerd met eten en drinken. Een groot deel van de verbouwing doet de familie zelf. Melle: “Het was alles of niets. Gelukkig pakte het goed uit. Vanaf 2012 begon de zaak enorm te draaien.”

Inmiddels ontvangt Old Dutch gemiddeld zo’n vierhonderd groepsuitjes per jaar. Bruiloften, familiefeesten, bedrijfsuitjes en groepsactiviteiten vormen de hoofdmoot. Het café is inmiddels helemaal verdwenen. Een beslissing waar Wiebe volledig achterstaat. “Achteraf gezien had ik daar misschien jaren eerder mee moeten stoppen”, zegt hij. “Maar ik was verknocht aan de klanten. Met veel mensen had ik in al die jaren een band opgebouwd. Die navelstreng knip je niet zomaar door.”

Van stilstaan naar rennen
In 2017 nemen Melle en Tineke het bedrijf officieel over. Drie jaar later komt alles abrupt tot stilstand door corona. Maar stilzitten is aan het jonge ondernemerspaar niet besteed. De keuken draait tijdens lockdowns op volle toeren voor afhaalmaaltijden. “De bonnetjes hingen dubbeldik rond de wasemkap”, herinnert Tineke zich. “Het was een race tegen de klok om alles op tijd klaar te krijgen.” Ze wilden vooral hun medewerkers aan het werk houden. “We wilden niemand ontslaan. We wilden het team bij elkaar houden tot het moment waarop we weer open mochten.”

De steun uit het dorp en de omgeving raakt de familie. Mensen kopen in coronatijd waardebonnen van honderd euro om Old Dutch door de moeilijke periode heen te helpen. Een deel van die bonnen wordt na afloop zelfs nooit ingeleverd. Maar als de deuren in 2022-2023 eindelijk weer open mogen, ontstaat een nieuw probleem. De reserveringen stromen massaal binnen. “We gingen van stilstaan naar rennen, vliegen en hollen”, vertelt Melle. “Ik wist op een gegeven moment niet meer hoe ik het allemaal voor elkaar moest boksen.”

Met twee jonge kinderen thuis en werkweken van meer dan tachtig uur eist het ondernemerschap zijn tol. Juist in deze periode blijkt de waarde van vijftig jaar ervaring dichtbij. “Mijn vader had zulke periodes natuurlijk vaker meegemaakt. Ik heb heel wat gesprekken met hem aan de keukentafel gehad. Wy koenen goed by elkoar eamelje. Uiteindelijk heeft hij me er doorheen gesleept.”

Feest aan tafel en op de dansvloer
Anno 2026 is Old Dutch een compleet ander bedrijf dan de zaak die Wiebe en Tineke vijftig jaar geleden kochten. Geen hotel, geen snackbar en geen café meer, maar een restaurant en partycentrum dat vooral draait op planbare activiteiten en groepen. Wiebe is desondanks nog altijd in het bedrijf te vinden. “Ik doe kantoorwerk, ruim het magazijn op en houd de bestellingen en prijzen in de gaten. Alles achter de schermen eigenlijk.”

Moeder Tineke werkte nog jarenlang mee in de keuken, maar stopte daar twee jaar geleden definitief mee. Al is ‘definitief’ binnen een familiebedrijf een rekbaar begrip. “Als er iets is, spring ik natuurlijk nog wel bij.” En ook de oude naam Twiggy Bar blijkt na al die jaren nog niet helemaal verdwenen. “Veel mensen noemen ons nog steeds Twiggy”, weet Melle. “Daarom vieren we ons vijftigjarig bestaan niet alleen aan tafel, maar ook op de dansvloer.”

Op zaterdag 31 oktober organiseert Old Dutch namelijk een grote feestavond met hapjes, drankjes en muziek. Iedereen die jeugdherinneringen heeft aan Old Dutch – of aan de vroegere Twiggy Bar – is van harte welkom. “Deze avond gaan we weer een beetje terug in de tijd”, lacht Melle. “Want Old Dutch is natuurlijk niet alleen óns verhaal. En herinneringen worden alleen maar mooier als je ze samen weer ophaalt.”