Aan de keukentafel, met een kop koffie binnen handbereik en het zachte tikken van de klok op de achtergrond, geniet Herre Montsma (56) van de vogels in de tuin. Een specht doorbreekt de stilte met zijn scherpe roffel. Een leven zo vrij als een vogel; wie droomt er niet van? In het geval van Herre wordt die vrijheid begrensd door zijn gezondheid. Herre is nierpatiënt en is op zoek naar een donornier. Een vraag die hij van z’n leven nooit dacht te zullen stellen.
In Nederland hebben naar schatting 1,7 miljoen mensen chronische nierschade, wat neerkomt op ongeveer 1 op de 10 inwoners, berekende de Nierstichting. Herre Montsma uit Noardburgum is één van hen. Al dertig jaar staat zijn leven in het teken van zijn gezondheid. Dat begon, zoals zo vaak, ogenschijnlijk onschuldig. Een griep in 1995 die maar niet overging. Vermoeidheid. Kortademigheid. Tot in het ziekenhuis bleek dat Herres nierfunctie nog maar 18 procent was. De oorzaak: IgA-nefropathie, een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem zich tegen het eigen lichaam keert en de nieren langzaam beschadigt. “Gewoan domme pech”, concludeert hij nuchter.
Leven op het ritme van de dialyse
Die domme pech betekent echter wel dat Herre en zijn vrouw Riemy vanaf dat moment een nieuwe wereld binnenstappen. De wereld van de witte jassen, stille wachtkamers en eindeloze uren in behandelstoelen. “Yn it begjin koe ik my noch knap rêde mei medikaasje”, vertelt hij. “Mar nei goed twa jier moast ik begjinne mei nierdialyse.” Herre kiest voor buikspoeling, waarbij zijn buikvlies als filter werkt voor de afvalstoffen uit zijn lichaam. Daarvoor moet er een slangetje in zijn buik worden geplaatst. “In relatyf ienfâldige operaasje, mar dat pakte krekt efkes oars út.”

Na de operatie houden Herres nieren het namelijk plotseling voor gezien. En dat betekent dat hij ineens volledig is aangewezen op een dialysemachine, een flink apparaat. Van de verpleegkundigen leert Herre om zichzelf te dialyseren. Maar liefst zeven jaar ligt hij thuis aan de machine. “Alle nachten tsien oeren en middeis in kear oan it apparaat. Dêrmei fielde ik my ek noch mar ‘sa sa’. Mar it hat ek noch in kearside. Kinst net samar op fakânsje, gjin wykeintsje fuort of oare dingen dy’t
sa gewoan binne. Mar sa as foar alles yn it libben jildt: it went.”
De vrijheid terug gekregen
Na zeven jaar is er nieuwe hoop: Herre krijgt een donornier van zijn schoonzus. Zij besluit om ‘bij leven’ te doneren, zoals dat in medische termen heet. Ze doneert één van haar twee gezonde nieren aan Herre. Een operatie die goed verloopt voor beide. “Ik fyn it noch altyd sa bysûnder dat sy dit foar my dien hat”, vertelt Herre zichtbaar emotioneel. “Sy joech ús de frijheid werom.” De donornier houdt het uiteindelijk vijf jaar vol. In 2008 stoot zijn lichaam de nier van zijn schoonzus af en komt Herre voor de tweede keer op de wachtlijst voor een nier te staan.
Dialyse wordt opnieuw een vast onderdeel van Herres bestaan. Dit keer via een ader in de arm: hemodialyse. Hij slaapt terwijl het apparaat zijn bloed zuivert. Ondertussen staat het leven niet stil. Herre wordt vader, bouwt een eigen bedrijf op als technisch tekenaar, waardoor hij thuis kan werken. “Stil sitte is neat foar my”, lacht hij. “Ik woe net op de bank sitte te wachtsjen oant ik in tillefoantsje krige foar in nije nier.”
Een onverwacht telefoontje
In 2011, terwijl Riemy hoogzwanger is, komt na dik twee jaar een onverwacht telefoontje. Er is een donornier beschikbaar. Met spoed reist Herre naar het UMCG in Groningen. De transplantatie laat ondertussen op zich wachten, want de nier moet van ver komen. En dat betekent automatisch dat de kans op succes kleiner wordt. Na de operatie is het spannend. Vier dagen lang houdt de nier zich koest in Herres lichaam. En dan ineens: een teken van leven. Het begin van een nieuw hoofdstuk. Geen dialyse meer, meer vrijheid, meer energie.
Op donderdag 12 maart 2026 vierden Herre, Riemy en hun zonen Tseard en Jelke een bijzonder feestje. “Wy ha gebak hân om dat myn donornier al 15 jier meigiet”, lacht Herre. Een puike prestatie gezien de vele beproevingen die de nier doorstond. Van blaasontstekingen tot een heftige IC-opname in 2021 als Herre corona krijgt. “Yn prinsipe oerlibbet in donororgaan in IC-opname net, mar myn nier hat it oprêden. Dit is gewoan in ‘meunsternier’, moatst mar rekkenje.”
De vraag die je niet wilt stellen
Maar ook deze ‘monsternier’ heeft grenzen. Inmiddels is Herres
nierfunctie gedaald tot ongeveer 11 procent. Onder de 5 procent betekent dat Herre opnieuw moet starten met dialyse. Hij merkt nu al dat zijn lichamelijke conditie stapje voor stapje achteruitgaat. Vermoeidheid, jeuk, kortademigheid en een hoge bloeddruk herinneren hem dagelijks aan de realiteit. In plaats van bij de pakken neer te gaan zitten, kijken Herre en Riemy liever vooruit. Op aanraden van hun arts in het UMCG nemen ze zelfs een onverwachte stap. Ze gaan zelf actief op zoek naar een donor, nog vóór dialyse weer noodzakelijk wordt.
Een moeilijke stap, want wie durft nou te vragen om een nieuwe nier? “Wy binne boppedat net sa fan it freegjen”, bekent Herre. Maar toch doen ze het. Voorzichtig. Eerst via de website van de stichting ‘Doneer een nier bij leven’. En daarna ook via Herres eigen social media. Meer dan 62.000 mensen zien zijn oproep op Facebook. Het bericht wordt gedeeld en opgepakt door de media. De hoeveelheid steun en reacties die ze krijgen blijft onwerkelijk voor het echtpaar. “Dat jout ús de moed om troch te setten.”
Een geslaagde missie
In dertig jaar dat Herre nierpatiënt is, is de medische kennis enorm gegroeid. Artsen, verpleegkundigen en specialisten begeleiden hem door alle fases van ziekte, herstel en tegenslag. Bovendien wordt er steeds meer bekend over mogelijkheden om een nier te doneren. Herre heeft bloedgroep O positief, wat betekent dat alleen een nier van dezelfde bloedgroep direct past. Maar via een zogenoemde cross-over kan een donor tóch helpen, ook als de bloedgroep niet overeenkomt. In dat geval wordt kruislings gedoneerd, zodat meerdere patiënten tegelijk geholpen worden.
Een nier vragen is niet eenvoudig. Toch hopen Herre en Riemy dat iemand zich meldt. “Al soenen minsken har allinnich mar ferdjipje yn donaasje by libben, dan is ús missy al slagge”, benadrukt Herre. De beslissing ligt uiteindelijk altijd bij de donor. Maar zolang er een kans is, blijft Herre positief vooruitkijken. Met de stille hoop op dat ene telefoontje dat alles opnieuw kan veranderen.
